Voorwoord

 

Kunstverzamelingen komen in allerlei vormen. Sommige zijn breed georiënteerd, andere zoeken het in de diepte. Wat begint als een prettige vorm van tijdverdrijf kan uitgroeien tot een passie en soms zelfs tot een obsessie. De Amerikaanse antropoloog Russell Belk geeft in zijn essay ‘Possessions and the sense of past’ uit 1991, een heldere en brede definitie van het begrip verzamelen: ‘selectieve, actieve en langgerekte verwerving, bezit en opstelling van een groep gedifferentieerde objecten met een onderlinge relatie (materiële voorwerpen, ideeën, wezens of ervaringen) die bijdragen aan en bijzondere betekenis ontlenen aan het geheel (de collectie) die deze groep waarneembaar vormt’.

Selectieve keuze en onderlinge relatie zijn de kernbegrippen waar het bij serieuze kunstverzamelingen om draait. De  Collectie Baron is daarop geen uitzondering. Met de focus op het werk van Anton Heyboer is dit een mooi voorbeeld van een diepte-collectie. Het samenbrengen van objecten afkomstig van één kunstenaar, maakt het mogelijk om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van zijn kunstenaarsschap. Dat is wat de Collectie Baron beoogt en daar zijn de samenstellers in alle opzichten goed in geslaagd.

De nadruk binnen deze collectie ligt op het werk uit de periode dat Anton Heyboer zijn beroemd geworden ‘Systeem’ tot ontwikkeling brengt. Het Systeem van Anton Heyboer vormt het uitgangspunt van een unieke beeldtaal die, los van alle neo-avantgarde stromingen van na de Tweede Wereldoorlog, een eigen plek heeft bemachtigd in de Nederlandse en Europese kunstgeschiedenis. Het is maar weinig kunstenaars gelukt, om zonder referenties naar het bestaande beeldcanon, een taal te ontwikkelen die het resultaat is van een unieke gedachtewereld.

Om de invloed en inspiratie van Anton Heyboer op andere kunstenaars aan te tonen, biedt de Collectie Baron tevens aandacht aan geestverwante zielen zoals Viktor IV, Jan Montyn en Theo Niermeijer. Stuk voor stuk kunstenaars die, beïnvloed door het originele denken en leven van Anton Heyboer, een eigen taal hebben geformuleerd die losstaat van de erkende stromingen in de kunstgeschiedenis. Het is mijn stelligste overtuiging dat de kunstgeschiedenis een rechtvaardig oordeel zal vellen over het werk van Anton Heyboer en hem een plaats zal toekennen in de canon van de naoorlogse Europese kunst.

 

                                                                                                                                   Willem Baars  kunsthistoricus                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      A'dam, juli 2009

 

 

 

                                                                                          

* * *

     

J.Baron,                                                                                                                                                                                           

najaar 2009